6/1992
€ 10,50

Het Nederlandse binnenhuis

Hoe hebben mensen vanaf circa 1600 hun woningen versierd en hoeverre is daarbij sprake van kunst? Weinig externe dingen zijn zozeer met individuen verbonden als de kamers waarin ze wonen hebben gewoond.
    • Mariëtte Haveman
      De poef van koningin Emma, pp. 10-13
    • Klaske Muizelaar en
      Ernst van de Wetering
      Kunst in het zeventiende-eeuwse binnenhuis, pp. 14-21
    • Albert Blankert
      Ferdinand Bol in een Utrechts burgerpaleis, pp. 22-27
    • Frans Grijzenhout
      Een statussymbool aan het Noordeinde,
      pp. 28-30
    • Roelof van Gelder
      Pitzliputzli aan de Ossenmarkt, pp. 31-34
    • Vlaamse fata morgana’s van steen en stuc, pp. 35-39
    • Ghislain Kieft
      De droom van het twintigste-eeuwse totaalontwerp, pp. 40-47

    Openbaar
    Peter Hecht over drie vorstelijke aankopen voor het Dordrechts Museum; Annemiek Overbeek: Kunstspreiding; W.F. Denslagen over een crèche aan het Oudekerksplein in Amsterdam; Annemieke Hoogenboom over brieven van een optimische historieschilder

    Kunstbezit
    Marie Hélène Cornips, Een romantische slaapkamer in Groningen: Rhonda Zwillinger; Melchior de Wolff, Een schilderij in drie dimensies: Sara Rothé’s poppenhuis in Haarlem; IJsbrand Hummelen, Het atelier van Mondriaan, februari 1944, Victory Boogie Woogie; Ileen Montijn, Wat is er tegen overdaad. Twee siervazen in Rotterdam; Carel Blotkamp, Oude bekenden, lang niet gezien: Charley Toorop; Evert van Uitert, Een kegelbaan in het AMC: Peer Veneman; Eddy de Jongh, Oude bekenden, lang niet gezien: Johan Wierix