1/1990
€ 10,50

Matthijs Maris

Een portret was voor Matthijs Maris geen portret, een stad geen stad. Echte kunst was voor hem geen weerspiegeling van een waarneembare werkelijkheid maar van een innerlijke waarheid. Hij vergeleek het schilderen met poëzie en het zingen.
  • Mariëtte Haveman
    Een vreemd bestaan was ten einde, pp. 2-5
  • Jan Veth
    Hij deed me denken aan de portretten door Van Gogh, pp. 6-8
  • H.E.M. Braakhuis
    en J. van der Vliet Bruiden, Gretchens, prinsessen en kastelen. Het werk, pp. 9-15
  • Kees Fens
    ‘Het licht viel op zijn gezicht, zijn lichte oogen waren in het licht’,
    pp. 16-19
  • J. F. Heybroek
    'Ik werk me half dood en voer niets uit.' De brieven, pp. 20-27
  • J.F. Heybroek
    Een ‘merkwaardige’ voorkeur van een Schotse verzamelaar, pp. 28-29
  • Richard Bionda
    Maris en Millet. Een ets naar De zaaier,
    pp. 30-37
  • J.F. Heybroek
    ‘Het is droomerij – maar wat een meester!’ Van Gogh over Maris,
    pp. 38-39
  • Evert van Straaten
    ‘Geest met ’n minimum realiteit’. Postume reacties, pp. 40-44
  • Brief aan Philippe Zilcken, 27 februari 1892, pp. 45-46
  • Matthijs Maris schilderijen
    in openbare collecties, pp. 47-48